De 10 bekendste mythes over vertaling ontrafeld

Ofwel: waarom u nog steeds een professionele vertaler nodig hebt

Auteur: Nataly Kelly, Common Sense Advisory
Vertaler: Mariëtte van Drunen, MVD translations

Bijna alle aspecten van onze maatschappij, politiek en economie worden beïnvloed door vertalingen, maar klopt het wel allemaal wat u denkt over het vertaalvak te weten? Misschien verbaast het u wel als ik u zeg dat de vertaalmarkt uiterst divers en ingewikkeld is – en veel groter dan u zou verwachten. In dit artikel prik ik 10 van de meest gehoorde mythes over het vertaalvak door.

Mythe 1: De markt voor vertalingen is klein en heel specifiek

De markt voor uitbestede vertaaldiensten is in 2012 wereldwijd meer dan 33 miljard Amerikaanse dollar1 waard. Het grootste deel hiervan betreft schriftelijke vertaling, gevolgd door tolken op locatie en software-lokalisatie. En deze diensten worden in verreweg de meeste gevallen uitgevoerd door kleine bureaus; daar zijn er wereldwijd meer dan 26.000 van. Ze beheren vertaalprojecten in meerdere talen tegelijk en werken daarvoor vaak met allerlei bestandssoorten, processen en technologische hulpmiddelen. Het vertalen en tolken zelf gebeurt door honderdduizenden taalspecialisten uit heel de wereld. Veel zelfstandig vertalers en tolken hebben ook directe klanten, maar krijgen verreweg het meeste werk via vertaalbureaus.

Mythe 2: Er zijn steeds minder vertalingen nodig

Het Amerikaanse bureau voor arbeidsmarkt-statistiek (Bureau of Labor Statistics) schat dat er in 2020 alleen in de V.S. al zo’n 83.000 banen voor tolken en vertalers zullen zijn. Deze arbeidsmarkt groeit naar verwachting 42 % tussen 2010 en 2020, aanzienlijk meer dan de gemiddelde groei van 14 % voor alle andere beroepen. Volgens Common Sense Advisory (een commercieel adviesbureau over de bedrijfstak), groeit de vertaalmarkt wereldwijd jaarlijks 12,7 %.

Mythe 3: De meeste vertalers vertalen boeken en de meeste tolken werken voor de Verenigde Naties

Literair vertalen en conferentietolken zijn twee van de bekendste specialisaties, maar beslaan in werkelijkheid maar een heel klein deel van de markt voor vertalingen en tolkdiensten. Wie geven er het meeste uit aan vertalingen? In de V.S. besteden het leger en defensie het meeste aan vertalingen: zij geven standaard miljarden uit aan taaldiensten. Op de commerciële vertaalmarkt is er vooral veel vraag bij bedrijven in de productie, software, gezondheidszorg en juridische en financiële dienstverlening. Daarom zijn er ook veel vertalers met specialisaties in deze velden: financieel vertalers, medisch tolken, juridisch vertalers en rechtbanktolken.

Mythe 4: Iedereen die tweetalig is opgegroeid kan vertaler of tolk worden

Dat iemand in het Engels kan schrijven, wil niet zeggen dat hij een professionele schrijver is. Dat iemand Engels kan spreken, wil niet zeggen dat hij een professionele spreker is. Evenzo betekent het kunnen schrijven of spreken van twee talen niet dat iemand kan vertalen of tolken. Er zijn heel wat mensen die perfect vloeiend twee talen spreken en schrijven, die toch zakken voor beroepsexamens vertalen en tolken.

Hoe dat komt? Tweetaligheid is geen garantie dat iemand betekenis uit één taal en cultuur naar een andere taal en cultuur kan omzetten zonder daarbij bepaalde aspecten te verliezen of veranderen. De meeste tolken en vertalers zijn hoger opgeleid en hebben scholing in ofwel vertaling, linguïstiek of een specifiek vakgebied. En hoewel een beroepsopleiding niet verplicht is, worden vakdiploma’s breed erkend en ten zeerste aanbevolen. In de V.S. worden vertalers erkend door de Amerikaanse beroepsvereniging American Translators Association en bestaan er meerdere instellingen die tolken accrediteren2.

Mythe 5: Wie kan tolken, kan ook vertalen (en andersom)

De meeste mensen noemen alle tolken en vertalers 'vertalers', maar in werkelijkheid zijn tolken en vertalen twee heel verschillende beroepen, waarvoor andere specifieke vaardigheiden nodig zijn. Vertaling betreft geschreven uitingen, terwijl tolken gesproken uitingen betreft. Vertalers moeten uitstekend kunnen schrijven en specifiek zijn opgeleid om te vertalen, maar moeten ook met specialistische software en terminologie-databases overweg kunnen. Tolken, daarentegen, moeten een uitstekend kortetermijngeheugen hebben, perfect en vliegensvlug aantekeningen kunnen maken en direct specialistische terminologie kunnen opdissen.

Mythe 6: Tolken en vertalers werken in heel veel talen

Een van de meest gestelde vragen aan tolken en vertalers is "Hoeveel talen spreek je?" Maar in feite werken veel vertalers maar in één vertaalrichting – van één taal in één andere taal, en niet andersom. Vertalers en tolken hebben diepgaande kennis van talen nodig en kunnen dus beter twee talen heel goed beheersen, dan meerdere talen oppervlakkig.

Hoe dat komt? Van de grofweg miljoen woorden die het Engels rijk is, gebruikt de gemiddelde taalgebruiker er maar 4.000 – 5.000 regelmatig3. Hoger opgeleiden kennen zo’n 8.000 tot 10.000 woorden. Beroepsbeoefenaars met de meest uitgebreide woordenschat, zoals artsen en advocaten, gebruiken ongeveer 23.000 woorden. Tolken en vertalers die voor dergelijke vakgebieden werken, gebruiken de gespecialiseerde woordenschat vaak in twee talen.

Sommige tolken en vertalers werken wel in meerdere talencombinaties. Zo hebben conferentietolken soms meerdere ‘passieve’ talen, dat wil zeggen: talen die ze verstaan. Maar over het algemeen zijn tolken en vertalers geen hyperpolyglotten.

Mythe 7: Alleen taalliefhebbers geven iets om vertalingen

Zowel de overheids- als de commerciële sector heeft vertalingen nodig. Bestuurders van allerlei soorten organisaties beginnen in te zien dat vertalingen de deur openzetten naar meer omzet en betreding van nieuwe markten. Uit een recent onderzoek is gebleken dat bedrijven op de Amerikaanse ranglijst Fortune 500 die hun vertaalbudget verhoogden, 1,5 keer meer kans hadden om hun omzet te verhogen dan lijstgenoten die dat niet deden. En ook overheidsinstellingen beginnen meer oog voor de mogelijkheden van vertalingen te krijgen.

Zelfs mensen in ontwikkelingswerk en organisaties zonder winstbejag moeten vertaling gaan overwegen. Uit een verslag over de vertaalsector in Afrika uit mei 2012 voor Translators without Borders, bleek namelijk dat meer toegang tot vertaalde informatie beter is voor politieke inclusie, gezondheidszorg, mensenrechten en zelfs mensenlevens kan redden in Afrikaanse landen.

Mythe 8: Professionele vertalers raken hun werk kwijt door crowdsourcing

Net als online gemeenschappen, wordt ook het fenomeen “crowdsourced translation” steeds populairder. Crowdsourced vertalingen ontstaan meestal wanneer leden van een online gemeenschap heel blij met een product zijn en het in hun eigen taal willen gaan gebruiken. Soms maken deze klanten en fans dan spontaan hun eigen vertalingen en delen ze die online op gebruikersforums en dergelijke. Slimme bedrijven laten hun klanten niet zonder ondersteuning aanmodderen, maar zorgen voor een platform waarop ze eenvoudig vertalingen kunnen voorstellen.

Misbruiken bedrijven deze vrijwillige vertalingen nu voor gratis arbeid?

Onderzoek wijst uit dat bedrijven zich niet vooral door geld laten sturen wanneer ze crowdsourced vertalingen benutten. De specialistische platforms kunnen bedrijven zelfs meer tijd en geld kosten dan vertalingen van reguliere vertalers. Bovendien gebruiken bedrijven naast het platform meestal nog steeds professionele vertalers en vertaalbureaus om de groepsvertalingen te redigeren. De gezamenlijke aanpak moet hun klanten en gebruikers echter wel rechtstreekse inspraak geven, doordat zij via het platform kunnen aangeven welke vertalingen ze het liefst zien.

Mythe 9: De vraag naar menselijke vertalers heeft sterk te lijden onder de opkomst van machinevertaling

Juist het tegenovergestelde is het geval. Computervertalingen wakkeren de vraag naar vertalingen door vakmensen aan en voeden de markt in zijn geheel. Hoe dat komt? Computervertalingen, vooral de gratis online varianten, werken als een campagne die iedereen ervan bewust maakt dat ze iets kunnen laten vertalen. Grote hoeveelheden informatie vertalen is nooit gratis. Het heeft altijd zijn prijs, zelfs bij computervertalingen.

Computervertaaltechnologie en aanverwante diensten beslaan slechts een klein deel van de vertaalmarkt. Uiteraard kunnen computers dingen die mensen niet kunnen, zoals snel grote hoeveelheden tekst scannen en samenvattingen van de informatie maken. Maar net als voor de meeste technologische hulpmiddelen geldt ook bij machinevertalingen dat er mensen nodig zijn om het resultaat intelligent te verwerken. Zoals Ray Kurzwail al schreef, vervangen technologische hulpmiddelen meestal geen volledige vakgebieden. Ze helpen vakgebieden meestal wel om zich te ontwikkelen.

Mythe 10: Ooit worden alle vertalingen gratis

De vertaal- en tolksector schept jaarlijks wereldwijd tienduizenden nieuwe banen, en dat lijkt voorlopig ook zo te blijven. Tolken en vertalers zijn heel belangrijk voor deze sector: ze vormen het kloppende hart van de bedrijfstak.

Net als veel andere dienstensectoren, is de vertaalindustrie echter ook afhankelijk van allerlei andere beroepsbeoefenaars: projectmanagers, accountmanagers, verkopermanagers, productiemanagers, planners, opleiders, kwaliteitsmedewerkers, proeflezers, DTP’ers, ingenieurs, productmanagers, verkopers, marketeers, technici, inkopers, HR-medewerkers, administratieve medewerkers en IT-medewerkers.

Uit onderzoek van Common Sense Advisory blijkt dat de vraag naar vertalingen sneller groeit dan het aanbod. Vertalers krijgen dus eerder meer, dan minder werk. Ze zijn deel van een veel groter ecosysteem, een dat de wereldeconomie draaiende houdt en internationale communicatie op gang houdt.

Dit artikel is oorspronkelijk in het Engels gepubliceerd in The Huffington Post op 13 juni 2012. Het is met toestemming van de auteur vertaald en gepubliceerd.

Voetnoten van de vertaler:

1Verreweg de meeste cijfers in dit artikel zijn gebaseerd op onderzoek van Common Sense Advisory.

2 In Nederland kunnen vertalers zich laten registreren in het officiële Register beëdigde tolken en vertalers (Rbtv) of lid worden van een beroepsvereniging met strenge toelatingseisen, zoals het Nederlands Genootschap van Tolken en Vertalers (NGTV).

3 De gemiddelde woordenschat van Nederlanders ligt volgens verschillende bronnen veel hoger, zie bijvoorbeeld Taaluniversum en Wikipedia. Desondanks geven de hier genoemde cijfers voor Amerika een mooi beeld van de verschillen in woordenschat tussen gemiddelde taalgebruikers en tolken en vertalers.